“Zonder doel kun je niet scoren!”

Een evaluatie na 1500 observaties met Kapablo in het primair onderwijs, Fred Kramer juni 2019.

Hoe doelgericht is ons onderwijs?

Triqs Educatief traint door het hele land directeuren, adjunct-directeuren en IB’ers in het observeren en nabespreken van instructielessen. Speerpunt bij de lesobservaties is het gebruik van het directe instructiemodel. Het viel ons op dat veel leraren het lastig vinden om goede leerdoelen te formuleren, terwijl algemeen wordt aangenomen dat de kwaliteit van het leerdoel van grote invloed is op het uiteindelijke leerresultaat. Reden voor ons om eens nader te analyseren hoe doelgericht onze leraren lesgeven. Voor die analyse hebben we de data gebruikt uit Kapablo Primair, één van onze digitale observatie-instrumenten voor het meten van de instructievaardigheden.

Kapablo Primair en de cao

We koppelen onze resultatenanalyse van Kapablo Primair aan het inspectieverslag (De Staat van het Primair Onderwijs 2019) en de bekwaamheidseisen uit de cao (bijlage xvii, cao 2016). De bekwaamheidseisen omvatten 28 concrete gedragsindicatoren voor leraren voor het niveau van basisbekwaam; startende leraren hebben maximaal 3 jaar de tijd om op dit niveau les te geven. Een basisbekwame leraar heeft daarna nog maximaal 4 jaar de tijd om door te ontwikkelen naar het niveau vakbekwaam; hij beheerst dan alle vaardigheden voor basisbekwaam aangevuld met 4 specifieke vaardigheden op het gebied van differentiatie en strategieën voor denken en leren. De impliciete norm uit de cao is dus dat leraren die langer dan 7 jaar lesgeven, vakbekwaam zijn.

Onze analyse

In zijn algemeenheid kunnen we op basis van ons onderzoek concluderen dat de meeste leraren hun pedagogisch en organisatorisch handelen goed op orde hebben. Op die domeinen worden de hoogste gemiddelde scores gehaald, maar die liggen nog wel iets onder het ambitieniveau (een score van gemiddeld 3,2 of hoger) dat we in het instrument hebben ingebouwd. Een goed pedagogisch klimaat is de ultieme voorwaarde voor iedere leerling om tot leren te kunnen komen en in combinatie met een goede lesorganisatie is dat het fundament voor het didactisch handelen van de leraar. Samenvattend kunnen we aan de hand van de gemiddelde score op deze domeinen vaststellen dat de basis voor goed onderwijs ruimschoots aanwezig is. Dit beeld wordt ook bevestigd door de inspectie. In het inspectieverslag lezen we hierover: ‘De meeste leraren organiseren het onderwijs efficiënt en creëren de voorwaarden voor een positief werkklimaat.

Ontwikkelkansen

Ons onderzoek brengt ook helder in beeld wat de ontwikkelkansen voor de leraren zijn; die liggen voornamelijk binnen het didactisch handelen. We kunnen hierbij grofweg 5 ontwikkelgebieden onderscheiden:

  • Het formuleren van betekenisvolle leerdoelen en het evalueren of de doelen gerealiseerd zijn
  • Het aanleren van gerichte oplossingsstrategieën op basis van het leerdoel
  • Het gericht geven van feedback aan leerlingen over het realiseren van het leerdoel, de aanpak en het leerproces
  • Het organiseren en evalueren van doelgericht samenwerkend en/of coöperatief leren
  • Het bevorderen van de autonomie van de leerlingen

De staat van het primair onderwijs 2019

In het inspectieverslag staat: ‘Inspecteurs zien tijdens de lesobservaties dat veel leraren met een instructiemodel werken. Daarbij lijkt de nadruk vooral op de vorm te liggen (het in de juiste volgorde doorlopen van de stappen in het model) waarbij de bedoeling, namelijk het stimuleren van het denk- en leerproces van leerlingen, nogal eens naar de achtergrond verschuift. Het uitvoeren van het model wordt dan een doel op zich in plaats van een middel om leerprocessen te stimuleren.

We lezen verder: ‘De inspectie pleit voor meer nadruk op het kijken en luisteren naar leerlingen en daarop aan te sluiten door bijvoorbeeld procesgerichte feedback te geven. Scholen kunnen zich meer richten op de aard en de hoeveelheid feedback die ze hun leerlingen geven. Van de leraren geeft 66 procent feedback aan hun leerlingen. Meestal is dat feedback op het antwoord van de leerling. Feedback op het proces komt veel minder voor. Nog geen derde van de scholen noemt het versterken van de feedback als verbeterpunt. Interessant is dat scholen die feedback als verbeterpunt formuleerden, alle aspecten van het didactisch handelen beter op orde hebben, inclusief het geven van feedback. Door versterking van de feedbackvaardigheden kunnen leraren in hun lessen beter inspelen op wat leerlingen nodig hebben.

Onze data uit Kapablo Primair sluiten aan bij de bevindingen van de inspectie. Ook wij zien de worsteling van veel leraren met het directe instructiemodel. Meestal worden de stappen op technisch niveau goed uitgevoerd, maar kunnen leraren er vervolgens op inhoud nog niet mee ‘spelen’. Wij geloven dat met name de formulering van het leerdoel de belangrijkste voorwaarde is om de inhoud van de les te kunnen optimaliseren, daarom stimuleren wij het stellen van aanpakdoelen; ‘Je leert hoe …’ Een aanpakdoel dwingt een leraar bijna om de leerlingen op basis van een stappenplan en ‘modeling’ een aanpak aan te leren en zo komt direct de inhoud centraal te staan en niet de vorm. Werken vanuit concrete aanpakdoelen ondersteunt tevens het geven van gerichte feedback op doel, aanpak en leerproces, terwijl dat volgens ons onderzoek en het inspectieverslag voor veel leraren nog een ontwikkelgebied is. Het mooie van een aanpakdoel is tevens dat leerlingen daarmee veel beter in staat zijn om hun eigen leerproces te evalueren.

De ontwikkelkansen in relatie tot de cao

Als we kijken naar de relevante bekwaamheidseisen uit de cao, dan zien we binnen de geconstateerde ontwikkelgebieden de volgende indicatoren voor de basisbekwame leraar:

  • De leraar verduidelijkt bij aanvang van de les de lesdoelen
  • De leraar gaat na of de lesdoelen werden bereikt
  • De leraar geeft feedback aan de leerlingen
  • De leraar zorgt voor interactieve uitleg
  • De leraar hanteert activerende werkvormen
  • De leraar bevordert het toepassen van het geleerde
  • De leraar stimuleert de leerlingen om over oplossingen na te denken

Voor een vakbekwame leraar komt daar deze indicator nog bij: De leraar vraagt de leerlingen om na te denken over strategieën bij de aanpak.

Als we deze indicatoren spiegelen aan de uitkomst van ons onderzoek dan kunnen we daaruit de volgende 10 algemene conclusies trekken:

  1. Leraren informeren de leerlingen over het algemeen wel over het leerdoel, maar formuleren daar niet structureel succescriteria voor (wanneer heb je het leerdoel gehaald).
  2. Leraren laten de leerlingen niet standaard hun eigen leerresultaten voorspellen.
  3. Leraren gaan niet gericht na of alle leerlingen het leerdoel hebben gehaald en laten de leerlingen niet standaard vertellen wat ze geleerd hebben.
  4. Leraren maken de leerdoelen wel betekenisvol, maar laten de leerlingen zelf weinig nadenken over het belang of de toepassingen van het doel.
  5. Leraren laten de leerlingen nauwelijks eigen leerdoelen stellen en stimuleren hen niet gericht om hun doelen bij te stellen na de correctie van het werk.
  6. Leraren maken te weinig gebruik van oplossingsstrategieën en leren de leerlingen niet structureel handige oplossingsstrategieën aan.
  7. Leraren laten de leerlingen slechts incidenteel reflecteren op hun eigen leerproces en geven hier zelf summiere procesfeedback op.
  8. Leraren geven weinig inhoudelijke feedback op het werkproces van de leerlingen en laten leerlingen ook niet gericht hun eigen werkproces en dat van elkaar evalueren.
  9. Leraren organiseren nog weinig responsieve interactie tussen leerlingen en stimuleren de leerlingen nauwelijks om verdiepende vragen te stellen.
  10. Leraren stellen over het algemeen het grote belang van samenwerkend leren niet als specifiek leerdoel en evalueren niet standaard het effect van het samenwerken op het leerresultaat.

SAMENVATTEND

Samenvattend kunnen we stellen dat veel leraren ontwikkelkansen hebben op een aantal van de cao-indicatoren voor de vakbekwame leraar. In het instrument zijn de scores van alle geobserveerde leraren meegewogen, voor een deel van hen loopt het ontwikkelproces richting vakbekwame leraar dus nog. Onze analyse betreft echter ruim 1500 lesobservaties, die verspreid door het hele land zijn uitgevoerd door geschoolde auditoren, dat geeft volgens ons een representatief beeld van de onderwijskwaliteit van het primair onderwijs in Nederland. Uitgaande van de drieslag pedagogisch handelen, organisatorisch handelen en didactisch handelen is volgens ons het verbeteren van het pedagogisch klimaat het minst van buitenaf te beïnvloeden, omdat hier vooral de persoonlijkheid van de leraar relevant is. Uit onze data blijkt dat ‘onze’ leraren gemiddeld genomen voor een goed pedagogisch klimaat zorgen en ook organisatorisch hun zaken goed op orde hebben. Het onderzoek van de inspectie bevestigt dat beeld.

Binnen het didactisch handelen valt zeker nog winst te halen en dat gebied is het eenvoudigst te beïnvloeden. Goede inhoudelijke reflectie op het eigen didactisch handelen en gerichte feedback daarop leiden al snel tot zichtbare ontwikkeling. Wij geloven in de ontwikkelcapaciteit van onze leraren. Ons doel is om ze daar gericht in te ondersteunen.

 

Fred Kramer, senior adviseur Triqs Educatief Zwolle
Juni 2019

 

 

Fred Kramer heeft zelf 26 jaar als leerkracht in het basisonderwijs gewerkt en is inmiddels 18 jaar adviseur. Hij stond aan de wieg van de ontwikkeling van de Cadenza Vaardigheidsmeter en is bij Triqs Educatief trainer voor zowel Kapablo als voor de Vaardigheidsmeter. Hij heeft in de afgelopen jaren ruim 1700 lesbezoeken met nabespreking uitgevoerd. Fred is medeauteur van het boek ‘SLIM! De 4 sleutels voor een effectieve les.

Share on facebook
Share on google
Share on twitter
Share on linkedin

Neem contact met mij op

Wij gebruiken uw gegevens enkel om uw bericht te beantwoorden en nieuw voor andere doeleinden. Lees meer in onze privacyverklaring.